De smid en de goblins Deel I

De spelers:

  • Broot – een dwergen vechter
  • Thelor – Een ranger, mens
  • Brad – een Half elf druide.

Natuurlijk zijn alle dingen die ze zien en doen gegaan doormiddel van de nodige checks die gegooid worden ( zie ook bij Charlotte’s uitleg “je karakter bouwen deel 2” voor uitleg over de skills)

Het verhaal

Na een lange reis arriveert een klein gezelschap zo rond drie uur in de middag in Drogar. Een klein dorpje langs de rivier. Nadat de slaapplaatsen en het eten en drinken geregeld is vliegt ineens de deur van de taverne open. In de deuropening staat de smid. Hij heeft zijn schort nog voor, de hamer in zijn ene hand en in zijn andere hand een verfrommeld briefje. Aan de zwarte roetstrepen op zijn gezicht is te zien dat hij gehuild heeft; “Ze… Ze hebben Daisy…” is het enige wat hij kan uitbrengen.

“Wow, rustig Tom” zegt de barman terwijl hij naar de deur loopt. “Wat is er gebeurd? Wie hebben Daisy?”

De Smid begint te vertellen, “Ze was lekker aan het spelen bij het houthakkerskamp aan de bosrand. Ze deden verstoppertje, maar ze werd maar niet gevonden. Toen de andere kinderen me kwamen vertellen dat ze niet te vinden was en ook niet reageerde op hun geroep viel mijn oog op een mes wat ongeveer op navel hoogte in de deur zat. Dit briefje zat er aan”, hij laat het verfrommelde stukje papier zien. “Wy hebt bloet nodig voor de offer. Kom haar niet zoeken, wy weet jou te vinten” staat er op geschreven. De barman pakt het aan en bekijkt het eens. Een van het reisgezelschap, Thelor, is er intussen ook naar toe gelopen en luistert mee. Hij herkent het type handschrift en het gebrekkige taalgebruik. Goblins.

Intussen is Tom door de Barman een kruk aangeboden en loopt hij naar de tap om een pint bier te pakken. Thelor loopt terug naar het gezelschap en vertelt wat hij heeft gezien en gehoord. Brad zegt: “Over twee dagen is het volle maan. Dat zal waarschijnlijk het moment zijn dat deze goblins haar zullen gaan offeren aan een of andere obscure godheid van ze”. “Dus,” mompelt Broot van achter zijn bier, “we hebben nog twee dagen om ze te vinden? Klinkt voor mij als een plan” de rest knikt nadenkend. Weer is het Thelor die opstaat en naar de barman loopt. Hij vraagt of de barman meer weet van deze goblins. Al snel komt hij te weten dat ze een hol hebben gevonden, ongeveer anderhalve dagreis hier vandaan. Normaal komen ze niet zo dicht bij het dorp. Dat is deze keer duidelijk anders dan normaal. Meestal vind de jager van het dorp een paar sporen van ze, of is een val vernield door de goblins. Het hol ligt aan de andere kant van het wolvenbos. “Maar vanwaar de interesse?” vraagt de barman. Thelor zegt dat zijn gezelschap er over denkt om die kant maar eens op te gaan en te kijken wat ze kunnen betekenen. Geen belofte nog, maar ze denken er over.

Brood oppert: “We hebben gegeten en gedronken, als we gelijk vertrekken overnachten we vlak voor het bos en zijn we er met een beetje mazzel morgen in de namiddag, dan hoeven we niet tussen de wolven te slapen.” De rest is het met hem eens. Ze cancelen hun kamers, pakken hun spullen weer bij elkaar en vertrekken.

De reis verloopt voorspoedig en al snel komt het bos in zicht. Een kamp wordt opgeslagen en de wacht verdeeld. Die nacht blijft het rustig en uitgerust beginnen de reizigers aan de nieuwe dag. Het kamp wordt weer opgebroken en de reis hervat.

Al snel lopen ze tussen de oude bomen van het bos, een oud bos waar de bomen ver uit elkaar staan en er weinig struiken en planten de weg en het zicht belemmeren. Zo nu en dan worden er dieren waargenomen maar ook dit is niets wat de reis verstoord. Tegen het einde van de middag komen ze aan de rand van het bos en zien ze in de verte wat rook tussen de heuvels vandaan komen. Er wordt besloten om een kijkje te gaan nemen. Zijn het de goblins, dan gaan ze weer terug om eerst nog een overnachting te maken aan de rand van het bos. Maar als het een huisje zou zijn kunnen ze daar misschien meer informatie krijgen over de goblins en misschien daar slapen.

Na een paar heuvels over te zijn gestoken zien ze de bron van de rook. Een klein kampvuurtje voor de ingang van een oude grafheuvel. Brad ziet met zijn scherpe blik een aantal wapens bij de ingang van de grafheuvel staan. Te klein om door mensen gebruikt te kunnen worden en ook niet van bijzonder goede kwaliteit. Goblins…

Er wordt besloten om een eind terug te gaan en kamp op te zetten voor de nacht. Omdat ze gelijk zijn vertrokken hebben ze een dag speling. Pas de volgende nacht is het volle maan. Na kort overleg besluiten ze om vannacht geen kampvuur aan te leggen. Dit zou ongewild de aandacht van de goblins kunnen trekken en dat is het laatste wat ze willen. Ook deze nacht verloopt rustig, te rustig als je Broot moet geloven. Na een korte maaltijd gaan ze weg. De tenten laten ze staan. Die halen ze na het gevecht wel op, of ze overnachten er nogmaals voor ze aan de terug reis beginnen.

Al snel komen ze weer op de plaats waar ze gister zijn gestopt. Het vuur is inmiddels uit maar nu zijn er twee goblins bij de ingang zichtbaar. De ene is bezig met het villen van een konijn, de ander kijkt verveeld toe. Ongezien weten Broot, Thelor en Brad dichterbij te komen, de heuvels en struiken als dekking proberen te gebruiken. Op een afstandje blijven ze staan en pakken Thelor en Brad hun boog. Vrijwel tegelijk zoeven er twee pijlen door de lucht. De ene pijl treft een goblin in zijn schouder waarna deze met een kreun in elkaar zakt, waar de andere met een doffe plof zich in het zand vlak naast de tweede goblin boord. De overgebleven goblin draait zich om en ziet alleen Broot met zijn grote bijl staan. Hij is duidelijk even in de war. Er waren toch twee pijlen? Waarom ziet hij maar een persoon staan die nog niet eens een boog vasthoud? Maar zijn verwarring duurt niet lang. Bliksemsnel draait hij zich naar de ingang en wil het op een lopen zetten. Tot er een derde pijl door de lucht vliegt die hem tussen zijn schouderbladen raakt waarna ook deze goblin in elkaar zakt zonder nog iets te zeggen. De toegang is vrij.

Naar binnen!

Broot bedenkt zich geen moment en stormt op de ingang af. Misschien was er nog een goblin die half binnen stond waardoor ze hem niet gezien hebben? Die mag niet de kans krijgen om alarm te slaan. De andere twee volgen hem snel, een nieuwe pijl al aangespannen.

Bij de deur aangekomen zien ze binnen niet veel. Een paar treden van een trap die naar benenden gaat, maar al snel is het te donker om vanaf buiten iets te zien. Behoedzaam stapt Broot de deur door, de trap op. Hij is dwerg, en is gewend aan in het donker kijken. De trap is leeg en na de trap maakt de gang een scherpe bocht naar rechts, behoedzaam sluipt hij verder en gluurt om de hoek van de gang. Hij ziet dat de gang na een paar meter over gaat in een ruimte. De kust lijkt veilig en hij wenkt de rest. “Kan ik veilig een fakkel aansteken Broot?” vraagt Thelor, die onder aan de trap nog maar amper zijn eigen handen kan zien. “Wacht nog even, dan kijk ik vooruit”, is het antwoord wat hij krijgt. Hij hoort de fluisterende stem van Broot maar zien waar de stem vandaan komt lukt hem niet.

Broot sluipt zo stil als hij kan vooruit en loopt de ruimte in. Geen beweging, maar tegen over de ingang van de kamer gaat de gang verder. Voorzichtig sluipt Broot terug. “Thelor, je kan een fakkel aansteken. We komen zo in een kamer, ik zie geen beweging of iets wat op goblins lijkt.”

Benieuwd naar deel 2?

Lees dan volgende week verder!

Laat vooral weten wat je dit verhaal vond, ik sta zeker open voor positieve feedback.

En ik hoop snel weer een verhaal op papier te kunnen zetten voor jullie

Geef een reactie