Shocking! (Deel 1)

We komen de hoofdpersonen tegen vlakbij een dorpje in het noorden van het land. Vlakbij Drivdar, de hoofdstad van dit graafschap. Al een tijdje zijn ze onderweg. Een aantal dagen geleden zijn ze vertrokken uit Hedelstok, een mijners stad. Hun doel is Drivdar. Hopend dat een havenstad opener staat voor mensen die niet voldoen aan je standaard verwachtingspatroon.

Het zijn dan ook twee aparte figuren. Twee halforc´s vallen wel op. Groot en breed als ze zijn.

Er wordt weinig gepraat onderling. De enige geluiden die er te horen zijn is het neerkomen van twee paar zware voeten, een paar krekels,  her en der een vogel en in de verte ratelt een kar. Langzaam komt het geluid dichterbij. Een paar minuten gaan voorbij voordat ze de kar daadwerkelijk kunnen zien. Het is een simpele boeren kar, getrokken door een os. Op de bok een boer, onderweg naar Esteldin voor de wekelijkse markt. In de kar melkbussen, graan, aardappelen en een kistje met eieren. Als de twee half orcs ruimte maken op het pad om de kar langs te laten houd de boer even in en spreekt ze aan: Heey! Onderweg naar Esteldin? Er is nog ruimte op de kar als jullie het lopen zat zijn!”

De twee kijken elkaar kort aan, doen hun best om zo dankbaar mogelijk over te komen en nemen plaats. De een naast de boer op de bok, de ander in de kar zelf. Na een tijd zwijgend te zijn doorgereden doet de boer zijn uiterste best om een gesprek aan te gaan. Maar zijn beide reizigers zijn moe, en na een tijdje laat hij het er maar bij. Zo rijden ze door. Als ze in de buurt van het dorp komen begint zich aan een kant van het pad langzaam een moeras te vormen. De grond word langzaam vochtiger, de planten veranderen van bomen en struiken naar varens en dode takken. De lucht ruikt ook anders, en ineens zijn er ook de nodige vliegen die men van zich af moet houden.

As ze een tijdje langs het moeras hebben gereden merkt Kyr, die naast de boer op de bok is gaan zitten dat de boer langzaam zenuwachtiger begint te worden. “wat ist?” bromt ze naar de boer.

De boer reageert amper en blijft zenuwachtig om zich heen kijken en haalt onder de bok een klein zwaard te voorschijn. Kyr wil opstaan en van de wagen afspringen, maar de boer houd haar tegen: “Nee, nee, niet van de wagen afgaan! De grond is gevaarlijk hier!” en terwijl hij het zegt begint zijn os luid te loeien en zakt door de poten. “wat de flierp was dat?” Klinkt de stem van Tror uit de achterkant van de wagen. Nog voor hij op kan staan om te kijken verschijnen er een aantal grote hagedissen uit de struiken en varens aan weerszijden van de weg. Ze hebben geen enkele aandacht voor de os, alleen voor de personen op de wagen.

Kyr, die het meeste heeft zien gebeuren springt van de wagen af. De angstige boer achterlatend van onder haar mantel trekt ze een stevige bijl te voorschijn. Tror is ook gaan staan maar blijft op de wagen en trekt zijn boog tevoorschijn. Zonder al te veel moeite lijken Kyr en Tror de hagedissen te weren. Als de rust weerkeert liggen er een viertal dood op de grond de laatste paar zijn gevlucht toen ze doorkregen dit niet te kunnen winnen.

Nu durft ook de boer eindelijk van zijn wagen af te komen en loopt naar de os toe. Die lijkt er gelukkig van af te zijn gekomen. En de reis kan hervat worden. En na een uurtje rijden komen ze aan in het dorp.

De boer, die zich intussen heeft voorgesteld als Drag geeft ze, na vele bedankjes een korte omschrijving van het dorp en wat ze waar kunnen vinden.

In het centrum is een marktplein, morgenochtend zal daar de markt beginnen, daar naast ligt een taveerne waar de twee waarschijnlijk wel kunnen overnachten. Er is een simpele shrine voor Farhlang, god van de reizigers. En op het strand staat een loods waar de vissersboten in gerepareerd kunnen worden. De eerste vissers zitten al bij de boot om de netten klaar te leggen om zo uit te varen en te gaan vissen, In de verte zien de spelers dat de zon al aardig ver gezakt is.

Drag loodst de twee naar de herberg en begroet de herbergier die gelijk een beker bier voor hem neerzet. Direct nodigt Drag ook de twee halforcs er bij en begint uitgebreid aan de barman te vertellen wat er onderweg gebeurd is en hoe zij hem beschermd hebben. Intussen hebben zich met gasten gevoegd bij het gesprek zijn begonnen mee te praten.

Tyr en Tror komen dan ook al vrij snel te weten dat het niet de eerste aanval is.

De herbergier lijkt niet blij te zijn met het nieuws van weer een aanval en moppert:”als dit zo doorgaat krijgen we hier nooit meer iemand heen

Tyr kijkt Tror hebben tot hiertoe weinig gezegden ze kijken elkaar kort aan

Tyr zegt: “morgen maar eens naar kijken dan?”

En terwijl ze dit zegt valt de groep die zich verzameld heeft stil en Drag  reageert: “wat?” en pas dan beseft Tyr zich dat ze dit niet in de gangbare voertaal, maar in het Orcish gezegd heeft, maar besluit het hierbij te laten. Niet het hele dorp hoeft te weten wat ze onderling bespreken.

“Hmm” bromt Tror, “eerst slapen. Morgen zien we verder.

Geef een reactie